Drijfveren

Ga!

Ga dan heen
zegt de bijbel
en vertel het
aan wie het horen wil:
het verhaal
van bevrijding,
van mee mogen doen,
een God
die naar ons omziet,
een nieuw begin.

Dat verhaal
brengt hoop in de wereld.
Overal.
Nog altijd.

Vertel het door.

Wie, ik?
Ja, ook u!

Ga.

De eerste zendelingen gingen op weg. Paulus en zijn collega's. Zendelingen van het jaar nul, of liever van de jaren 40 tot 60 van het begin van onze jaartelling. Hun dreef een groot verlangen om te delen wat hen verrijkt had. Natuurlijk was Paulus hoogstwaarschijnlijk geen gemakkelijk mannetje, eigenwijs, gelijkhebberig, arrogant, etcetera. Maar zijn diepste motivatie was om anderen te laten delen in wat hem gratis was toegevallen. Het bevrijdende geloof in Jezus Christus.
Latere zendelingen kenden diezelfde diepste drijfveer. Natuurlijk waren ook zij geen gemakkelijke mannetjes, of vrouwtjes. Je moet uit een bepaald hout gesneden zijn om je geroepen te voelen om te gaan terwijl je op geen stukken na weet waar je dan uitkomt. Natuurlijk zijn er zendelingen geweest die hun gedrevenheid uit de hand hebben laten lopen en mensen hebben gedwongen in vredesnaam maar JA te zeggen tegen bepaalde geloofsuitspraken over Jezus.
Zending heeft zich later verbreed in solidariteit die naast aandacht voor het geestelijke heil dat na de dood kwam, tot het redden van zielen, ook aandacht kreeg voor materieel welzijn. Je kunt niet over het brood des levens blijven preken als de mensen je niet verstaan vanwege hun luid rommelende lege maag. De diaconale taak van de kerk werd steeds meer ook tot buiten de grenzen van de eigen wijkkerk uitgebreid. Natuurlijk waren die latere diakenen geen gemakkelijke mannetjes en vrouwtjes. Natuurlijk hebben velen hun barmhartigheid vooral gevoed aan het heerlijke idee dat die armen zo dankbaar waren. Maar de diepste drijfveer zal toch vaak geweest zijn: de roep om ontferming verstaan namens God zelf, en gaan.

In de loop van de geschiedenis hebben we niet alleen geleerd dat zending en diaconaat niet gemakkelijk zijn en vaak uitgevoerd worden door mensen die niet de gemakkelijkste zijn. We leerden ook dat het niet zo simpel is om te zeggen: ik wil delen wat me gelukkig maakt, ik wil geven wat me zo verrijkt heeft. In de afgelopen 100 jaar zijn mensen, vooral in het Westen, tot de conclusie gekomen dat wat zij waardevol vinden door de ander lang niet altijd als waardevol herkend wordt. Er kwamen krachtige en terechte pleidooien om liever te luisteren. Niet vanuit het aanbod handelen, maar vanuit een vraag. Dat is goed, hoe moeilijk ook uitvoerbaar.
Als je niet geleerd hebt om te luisteren naar mensen van je partnerorganisatie dan zal veel van je werk vruchteloos blijken te zijn.
Hier zijn lange en uitgebreide verhalen over te vertellen, die ook regelmatig in het ZZg-Nieuws te lezen zijn.
Maar toch.

Toch moeten we ons af en toe afvragen wat onze diepste drijfveer is. Wat willen we nu zo graag delen met iedereen die het hebben wil? Welk verhaal willen we zo graag vertellen aan iedereen die het horen wil?
En die vragen brengen ons bij de vraag of we wel een aantrekkelijke luisteraar zijn als we zelf niets te vertellen hebben.
Het ZZg komt steeds meer in de situatie dat we ons af kunnen vragen wat we te bieden hebben aan de mensen van onze partnerorganisaties als er geen geld mee gemoeid is. Zien zij een ontmoeting met ons als een verrijking als er geen subsidie op volgt?

Het wordt tijd voor ons Westerlingen dat we over de oude schroom heenstappen en ons verhaal opdiepen uit de kelder van onze ziel. Het wordt tijd dat we dit oude verhaal dat ons dierbaar is en dat ons kracht geeft, afstoffen, oppoetsen en trots aan anderen laten zien.
Gaan om te vertellen wat ons beweegt.
Net als de eerste zendelingen.
Maar er is een verschil. We gaan niet om te vertellen, maar om te ontmoeten.
En in die ontmoeting zullen we samen wel bepalen hoe we vorm geven aan onze drijfveren om de armen het evangelie te verkondigen.