Geloven in hoop

Een goede onderwijzer
laat zijn leerlingen
uitstijgen boven zichzelf
geeft ze geloof
in eigen kunnen,
helpt ze op weg.

Jezus onderwees ook:
kinderen, kerkmensen,
discipelen.
Verhalenderwijs
gaf hij hoop en inspiratie.
Zodat mensen
verder konden
op eigen kracht.

Dat voorbeeld
mogen wij volgen,
dwars door dood
en onmacht heen.

Geloven in Pasen
is geloven in hoop.

In het onderwijs gaat het tegenwoordig vaak over talent, passie, dat wat leerlingen kan raken.
Gaat het dan over inspiratie, geloof in eigen kunnen, bezieling?
Ik maak me wel eens bezorgd over de ondertoon van al die onderwijskundigen. Het voelt alsof men echt denkt dat inspiratie en bezieling te bréngen is. Te onderwijzen is.
Dat lijkt mij niet het geval.
Hernhutters, met hun lange zendingstraditie, weten dat. Hoe belangrijk de bevrijdende kracht van het evangelie ook mag zijn, wij kunnen het niet simpelweg brengen. In het verleden zijn zendelingen wel zo gedreven geweest dat ze meenden het evangelie met enige drang of zelfs dwang op te kunnen leggen. 'Voor je bestwil'.
In de hernhutter traditie past die houding niet. De Broedergemeente heeft steeds geweten dat bezielen en bekeren een wederkerig werkwoord is.
Mensen kunnen zich bekeren, ik kan me láten bezielen, maar ik kan bezieling niet bij een ander bewerken.

Toch kunnen docenten en schoolleiders heel wat doen om leerlingen te helpen bij hun talent en hun passie te komen.
Ik noem dat: ruimte maken door kaders mee te geven.
Ik denk dat er tegenwoordig nog maar weinig winst te halen is met weer een hippe werkvorm of een iPad-klas. Allemaal prima, maar het is uiteindelijk meer van hetzelfde.
De makkelijkste winst is te halen door structuur en discipline te brengen in de school en daarmee in het leven van een jongere.
Dat klinkt heel schools. Maar elke topsporter of topartiest zal beamen dat discipline en structuur de echte basis zijn waarop je je talent kunt laten groeien.
Zo gezien is het zelfs een beetje oneerlijk om leerlingen voor te houden dat leren leuk is en dat je je talent kunt laten bloeien zonder enige vorm van toewijding, zonder dat je door een dipje heen moet, zonder dat je vol moet houden.

Tja, was het maar zo simpel dat je door zaken te structureren en door gedisciplineerd te oefenen vanzelf geïnspireerd zou raken, vanzelf je talent aan zou boren. Maar dit is een te eenvoudige voorstelling van zaken.
Hoe vaak komt het in de carrière van topsporters en artiesten niet voor dat hun weg lijkt dood te lopen? Hoe vaak maak je zelf niet mee dat het allemaal niets lijkt uit te halen, wat je ook onderneemt?

Dan heb je een ander soort inspiratie nodig, een andere vorm van geloof, namelijk hoop. Vertrouwen dat het wél kan, ook bij jou.
Die hoop put je vaak uit verhalen. Verhalen van mensen om je heen. Verhalen uit de bijbel.
En natuurlijk het verhaal van Jezus.