Gedragscode ZZg

I. De belanghebbenden

Het ZZg heeft bij de uitvoering van zijn werkzaamheden te maken met personen, groepen en een breed scala van instanties. Vanwege de aard en doelstelling van het ZZg als charitatieve instelling erkent het verantwoordelijkheden jegens:

DE GEVER waarbij onder de gever wordt verstaan alle personen, groepen en instanties, die om niet en vrijwillig goede doelen ondersteunen door het geven van geld en middelen in natura.
Motivering: het vertrouwen op een goede besteding en de vrijwillige bijdrage van de gever vormen de basis van fondsenwerving voor het nagestreefde doel.
HET BEGUNSTIGDE DOEL waarbij onder het begunstigde doel wordt verstaan de door het ZZg bij de werving aangegeven bestemming van de geworven middelen.
Motivering: dit is de kern van de doelstelling en activiteiten van het ZZg
DE VRIJWILLIGERS waarbij onder vrijwilliger wordt verstaan de persoon die zich om niet en op vrijwillige basis ter beschikking stelt voor de fondsenwerving en de realisering van het doel door het ZZg.
Motivering: de inzet van vrijwilligers is dermate essentieel voor en verbonden met het doel van het ZZg, dat voortdurende aandacht en waardering voor optimale inzet noodzakelijk is.
DE COLLEGA-INSTELLING waarbij onder collega-instelling wordt verstaan die instellingen welke zich voor hun fondsenwerving op het Nederlandse publiek richten.
Motivering: het ZZg is onderdeel van een groter geheel waarbinnen het gedrag van de ene van invloed is op het functioneren van andere instellingen.
DE SAMENLEVING waarbij onder samenleving wordt verstaan de maatschappelijke omgeving waarbinnen het ZZg functioneert'.
Motivering: het ZZg heeft een maatschappelijke betekenis en vervult een publieke functie.

II. Basiswaarden

Het ZZg stelt dat zijn handelen dient te worden bepaald door een aantal leidende beginselen, zogenaamde basiswaarden.
Deze basiswaarden zijn respect, openheid, betrouwbaarheid en kwaliteit:

respect betekent het eerbiedigen van menselijke waardigheid en privacy. Van de identiteit van personen en groepen; daarnaast heeft respect betrekking op keuzevrijheid en vrijwilligheid van personen en groepen;
openheid betekent dat alle belanghebbenden geïnformeerd worden over alle voor hun belang relevante gegevens van inhoudelijke en financiële aard;
betrouwbaarheid betekent dat de belanghebbenden er van uit kunnen gaan dat de verstrekte informatie waarheidsgetrouw is, dat het ZZg professioneel en efficiënt werkt aan het bereiken van het gestelde doel en dat het ZZg zich juist en volledig verantwoordt;
kwaliteit betekent het voortdurend streven naar deskundig, slagvaardig en kostenbewust handelen.

III. Uitwerking van de basiswaarden

De eerder genoemde basiswaarden bepalen het handelen en nalaten van het ZZg ten opzichte van de belanghebbenden. In de praktijk hebben deze waarden concrete betekenis voor de relatie van het ZZg met de gever van het begunstigd doel, voor de omgang met de vrijwilligers, voor de relaties met collega-instellingen alsmede voor haar verhouding tot de maatschappij.

Naleving van de gedragscode betekent,

a) dat de gever erop kan vertrouwen kan, dat door het ZZg
● volledige, juiste en toegankelijke informatie over het doel van werving wordt verstrekt
● bij werving respect voor gever en begunstigde wordt betoond
● gestreefd wordt naar maximale kwaliteit bij alle uitvoerende werkzaamheden
● zoveel mogelijk van de ontvangen middelen aan het goede doel wordt besteed
● volledig, eerlijk en begrijpelijk verantwoording wordt afgelegd over besteding van de middelen en de activiteiten om de doelstelling te realiseren

b) dat de begunstigde erop vertrouwen kan, dat door het ZZg
● er met respect zal worden gehandeld
● gestreefd wordt naar maximale kwaliteit bij de activiteiten om de doelstelling te realiseren

c) dat de vrijwilliger erop vertrouwen kan, dat door het ZZg
● algemeen aanvaarde regels en normen van goed opdrachtgeverschap worden nageleefd, voor zover deze van toepassing zijn op hun werkzaamheden
● goede voorwaarden worden geschapen voor hun inzet
● zij op passende wijze worden gewaardeerd voor hun inzet

d) collega-instellingen erop vertrouwen kunnen, dat door het ZZg
● onderling respect wordt betoond
● bereidheid tot overleg over gemeenschappelijke belangen bestaat
● gestreefd wordt naar afstemming en samenwerking bij werving, beheer en besteding
● publiekelijk geen negatieve uitspraken over collega-instellingen worden gedaan

e) de samenleving erop vertrouwen kan, dat
● het ZZg zich houdt aan algemeen aanvaarde waarden en normen, zowel van maatschappelijk gedrag als principes van de democratische rechtsstaat te allen tijde bereidheid bestaat en wordt getoond tot overleg en dialoog met relevante maatschappelijke en politieke groeperingen over het eigen functioneren